Contact vvp

Nieuws

Wie regisseert wat?

23
mrt

Psychiatrische richtlijnen zijn niet geschreven als kookboeken. Richtlijnen staan alleen ten dienste van kwaliteit van zorg. Kirsten Catthoor in Artsenkrant.

Op 17/3 congresseerde De Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP) in Leuven. Het centrale thema luidt ‘Richtlijnen revisited: wie regisseert wat?’ Dat lijkt een defensieve keuze, maar is het niet. Al lang vóór de psychiatrie onder vuur kwam te liggen in verschillende kranten, besliste de VVP om een dag stil te staan bij State-of-the-art guidelines van een aantal frequente vormen van psychopathologie. Met andere woorden: Welke wetenschappelijk onderbouwde behandeling wordt best aangeboden aan een patiënt met psychiatrische problemen? Het congres legt de lat zelfs nog wat hoger. Hoe kan de interactie met de patiënt als deskundige van eigen lichaam en geest leiden tot betere zorg? De herstelvisie met patiëntenparticipatie en gedeelde besluitvorming als leidende principes in de interpretatie van de richtlijnen. Kortom: “Richtlijnen revisited: wie regisseert wat?”

Paternalistische geneeskunde?

Richtlijnen in de geestelijke gezondheidszorg zijn, zoals in de algemene geneeskunde, gebaseerd op onderzoek met zogenaamde hoge evidentie, zoals kwantitatieve en kwalitatieve cohortstudies, meta-analyses en systematische reviews. Duizenden van die publicaties zijn te vinden in hoog aangeschreven databanken. Meestal valt er weinig op hun conclusies of methodologie af te dingen. Maar psychiatrische richtlijnen zijn niet geschreven als kookboeken met exacte maten, gewichten en bereidingswijzen.

Richtlijnen staan alleen ten dienste van kwaliteit van zorg. Als patiënt en hulpverlener er zich niet in kunnen herkennen en richtlijnen voornamelijk een blok aan het been zijn, dienen ze tot niets. Als de situatie van een patiënt dat vereist, is afwijken van een richtlijn zelfs noodzakelijk. Ervaringsdeskundigen en familieleden maken deel uit van sommige expertengroepen die de richtlijn vorm geven, wat extra mogelijkheden tot participatie inbouwt. Daardoor is samen onderhandelen en zoeken naar de meest geschikte therapie ook een aanbeveling geworden. Dat is een evenwichtig uitgangspunt dat paternalistische geneeskunde uitsluit maar ook de deur niet openzet naar “u vraagt wij draaien”. De relatie wordt er dan een van een gidsexpert die adviseert, en een tochtgenootexpert die evalueert en bijstuurt waar nodig.

Transitiepsychiatrie

Waakzaamheid blijft echter geboden. Essentiële differentiatie ontbreekt soms in de richtlijnen, en het is aan de huidige generatie psychiaters en beleidsmakers om daar wat aan te doen. Transitiepsychiatrie – de subspecialisatie die de geestelijke gezondheidszorg vorm geeft in de overgang van adolescentie naar volwassenheid – staat nog maar in de kinderschoenen. Er zijn nauwelijks behandeladviezen terug te vinden in de literatuur. De continuïteit van zorg voor een groep kwetsbare patiënten die vaak tussen wal en schip vallen, zou een permanente bezorgdheid en punt van aandacht moeten zijn. Wanneer de overgang van de kinder- en jeugdpsychiatrie naar volwassenpsychiatrie best plaatsvindt, hangt af van heel veel individuele factoren en van de beschikbaarheid van zorg. Richtlijnen hieromtrent zullen de kwaliteit van behandelen alleen maar kunnen verbeteren.

Gender-expliciete zorg

Gender-expliciete zorg is in hetzelfde bedje ziek. Het 7de wereldcongres van de International Association of Women’s Mental Health
vorige week in Dublin, focuste op rechten, weerbaarheid en herstel van vrouwen. De missie van deze vereniging is de beschikbare
kennis over de geestelijke gezondheid van vrouwen te vergroten, de zorg ervoor te verbeteren, en gendersensitieve en autonomiebevorderende zorgpaden te ontwikkelen. Het is schokkend vast te stellen dat deze doelstellingen in de 21ste eeuw nog lang niet
gerealiseerd zijn. The Dublin Declaration , symbolisch uitgesproken op de Internationale Vrouwendag, benadrukte het belang van
keuzevrijheid, reproductieve rechten en abortuszorg. In een land waar ongewenst zwangere vrouwen tot voor kort werden uitgespuwd en tot dwangarbeid veroordeeld, en waar honderden jonge moeders en baby’s door ontbering stierven, liggen deze kwesties uiteraard bijzonder gevoelig. Toch heeft de wereld nood aan een meer verfijnde diagnostiek en behandeling van vrouwen met psychische problemen. Want hoe verklaar je depressieve klachten bij vrouwen? Is er een onevenwicht in de neurotransmitters? Of liggen er machtsongelijkheden aan de basis van haar dysforie?

Bovendien nopen een andere hormonale balans, een mogelijke zwangerschap en een verschillende genetische achtergrond sowieso
tot een aangepaste behandeling en therapeutische aanpak. Hopelijk kunnen richtlijnen voor genderspecifieke zorg het welzijn van
toekomstige generaties voelbaar verbeteren.


Meer dan ooit vormen richtlijnen een uitdaging. Voor de ontwikkelaars ervan, de zorgbeoefenaars, de patiënten en hun familieleden.
Maar Martin Luther King wist al: “The ultimate measure of a man is not where he stands in moments of comfort and convenience, but
where he stands at times of challenge and controversy."


Kirsten Catthoor, wetenschappelijk secretaris VVP
(verscheen in Artsenkrant op 17/3/2017)


Online versie: klik hier

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be