Contact vvp

Nieuws

Psychogenocide? VVP in de Artsenkrant

06
nov

Collega Erik Thys heeft met Psychogenocide een meesterwerk geschreven over de Nazi-moord op ontelbare psychisch kwetsbaren. Wat leert die geschiedenis ons vandaag? Kirsten Catthoor in de Artsenkrant.

Collega Erik Thys heeft met Psychogenocide een meesterwerk geschreven. Hij bedoelt met dit nieuw samen gesteld woord de gesystematiseerde massamoord door de nazi's - al jaren voor de Holocaust begon - op psychiatrische patiënten en mentaal gehandicapten, louter vanuit een stigmatiserende zuiverheidsideologie. De voornaamste boodschap van deze vrije tribune is relatief eenvoudig: koop het boek, lees het, en gruwel bij de gedachte dat zoveel artsen en psychiaters, administratief bedienden, en talloze anderen meewerkten aan de genadeloze uitroeiing van honderdduizenden onschuldige patiënten met een mentale kwetsbaarheid, die een fundamenteel recht hadden op mededogen en empathische medische en psychiatrische zorg. "Ondenkbaar en onvergetelijk, onbegrijpelijk en onverteerbaar", zo schrijft de auteur in de inleiding over de menselijke dieptepunten voor en tijdens de tweede wereldoorlog.

Psychiaters en geestelijke gezondheidswerkers worden godzijdank niet meer met misdaden van dergelijke omvang in verband gebracht, maar waakzaamheid blijft geboden. Hier en daar borrelen verhalen op die de wenkbrauwen doen fronsen. In juli van dit jaar onthulde de New York Times hoe kopstukken van de American Psychological Association meewerkten met de CIA en het Amerikaanse ministerie van defensie om de zogenaamde ondervragingsprogramma's van terreurverdachten een zweem van legitimiteit toe te kennen. Ze pasten hun ethische richtlijnen simpelweg aan, zodat de gehanteerde ondervragingen binnen aanvaardbare grenzen zouden vallen. De Physicians of Human Rights reageerden snoeihard: "Voor geestelijke gezondheidswerkers is de zorg voor patiënten een eerste absolute plicht", lieten ze in een officiële reactie optekenen. En nog: "De samenzwering van de American Psychological Association met het nationale veiligheidsapparaat is een van de grootste schandalen in de Amerikaanse geschiedenis van de geneeskunde."

Binnen de wetenschappelijke vakliteratuur besteedt Nature in dezelfde periode aandacht aan DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency), de vooruitstrevende onderzoeksafdeling van het Pentagon. De directeur van het huis, een neuroloog, droomt van ambitieuze technologieën als aangestuurde exoskeletten voor gewonde soldaten en hersen-implanten om mentale stoornissen onder controle te houden. Maar er zijn veel bezwaren, niet alleen vanuit biologische hoek, ook vanuit ethisch-deontologische. Wat als de exoskeletten ingezet worden bij gezonde soldaten, om hun fysieke capaciteiten te vergroten tijdens de strijd? En wat met het breinstimulerende hersenimplant, dat niet alleen de posttraumatische stress tempert, maar ook het vermogen om te vechten versterkt? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat neurowetenschap oorlogsvoering efficiënter maakt? Veel vragen, geen antwoorden. Maar daar ligt men bij DARPA niet wakker van. Om vooruit te gaan, moeten we zonder de minste aarzeling controversiële wetenschap beoefenen, is het motto. Zo niet, zullen anderen ons ongetwijfeld voor zijn.

De gedachte dat de beide Amerikaanse voorbeelden, in tegenstelling tot de psychogenocide, verwaarloosbare luxeproblemen zijn, is intuïtief maar onjuist. Te vaak wordt er naar geestelijke gezondheidszorg gekeken als iets wat het niet is, en ook niet zou mogen zijn. Zoals een vorm van manipulatieve pseudo-wetenschap in het geval van de samenwerking met de inlichtingendiensten. Of als een science-fiction-achtige freakshow bij DARPA. Geestelijke gezondheidszorg is een tak van de geneeskunde waar het psychische lijden van de mens op een geïntegreerde manier wordt behandeld: met biologische, psychologische en sociale methoden. Een medische discipline die helaas belast is met vooroordelen en discriminatie, mede waardoor jaarlijks 450 miljoen mensen wereldwijd nog steeds niet de zorg krijgen die ze nodig hebben voor hun psychische problemen. De sense of urgency daarvan drong - ondanks de hallucinante cijfers - niet door tot beleidsmakers. De ontwikkeling van de 'Sustainable Development Goals' voor 2015-2030 door de Verenigde Naties, vormde daarvoor het verpletterende bewijs. Geen woord over geestelijke gezondheidszorg in het paginalange voorstudie-pamflet. Gelukkig trokken enkele alerte mensen tijdig aan de alarmbel, zoals psychiater Graham Thornicroft van het King's College in Londen. Hij schreef in de zomer van 2014 een striemend betoog in de British Medical Journal dat scherp stelde op het verlies aan kansen door verwaarloosde psychische hulpverlening. Psychische problemen niet behandelen vermindert de weerbaarheid in conflicten, en hypothekeert de vorming van vredevolle en inclusieve samenlevingen. Het leidt daarnaast tot beperkte scholing en belemmert duurzame tewerkstelling. Hij benadrukte de noodzaak om doelstellingen rond geestelijke gezondheidszorg in de 'Sustainable Developmental Goals' te includeren, omdat die tenslotte de basis vormen voor langetermijninvesteringen door regeringen en andere geldschieters. De FundaMentalSDG-beweging schoot uit de startblokken met als enige doel mentale gezondheid op de ontwikkelingsagenda van de Verenigde Naties te krijgen. Vanuit de overtuiging dat er geen gezondheid mogelijk is zonder geestelijke gezondheid, en geen fundamentele algemene ontwikkeling zonder de ontwikkeling van een beter ondersteunde geestelijke gezondheidszorg. Kosten noch moeite werden gespaard, en alle sociale media werden ingezet om druk uit te oefenen op alle niveaus (zie #FundaMentalSDG en FundaMentalSDG op Facebook).

En zowaar, met succes. In de verklaring van de Verenigde Naties over de 'Sustainable Developmental Goals' die in september in New York werd vastgesteld, noemt men mentale gezondheid meermaals als expliciete doelstelling. Onder meer de aanname van toegankelijkheid van opleiding, gezondheidszorg en sociale bescherming op alle niveaus, waar fysiek, mentaal en sociaal welzijn gewaarborgd zijn, kan daarbij als revolutionaire omwenteling tellen. In concrete cijfers betekent dit een reductie in mortaliteit van niet-overdraagbare aandoeningen met een derde tegen 2030, door preventie en behandeling, maar ook door bevordering van mentale gezondheid en welbevinden. Het probleem van middelenmisbruik en verslaving wordt in een aparte paragraaf nog eens extra benadrukt. Bewustwording helpt, is de enige mogelijke conclusie. Dat bij een volgende vergadering van de Verenigde Naties, in november of later dit jaar, ook heldere indicatoren rond geestelijke gezondheidszorg zullen geformuleerd worden (wat belangrijk is voor het blijven opvolgen van de doelstelling) leidt intussen geen enkele twijfel meer. En dat is heel erg goed om alert te kunnen blijven. Want psychiatrie is niet ontwikkeld ten behoeve van systemen, maar louter ten behoeve van de psychisch kwetsbare mens.

Erik Thys. Psychogenocide - Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's. Uitgeverij EPO, ISBN: 9789462670471

Kirsten Catthoor, namens de VVP

Verscheen op 6 november in de Artsenkrant

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be