Contact vvp

Nieuws

Goede forensische zorg vraagt zorgvuldige benadering

03
jul

"Toeval speelt een nog te grote rol in de forensische zorg", schrijft de VVP in de artsenkrant.

Vorige week was Patrick Corrigan in ons land voor een workshop over psychiatrisch stigma. Een nobele onbekende voor velen. Dat laatste is jammer. Corrigan is immers een heel aimabel en veelzijdig man. Professor in de psychologie aan het Illinois Institute of Technology, een briljant wetenschapper bovendien, en toevallig ook ervaringsdeskundige. Daar maakt hij sinds kort geen geheim meer van, omdat hij gelooft dat contact met psychiatrische patiënten het maatschappelijk stigma met de daaraan gekoppelde vooroordelen vermindert. Tijdens de workshop lichtte hij het onthutsende resultaat toe van een recent onderzoek naar stigmatiserende attitudes van werkgevers in Chicago en Beijing. In China, nog meer dan in de Verenigde Staten, geloven werkgevers dat psychiatrische patiënten minder betrouwbaar zijn dan ex-gevangenen. Een psychiatrisch patiënt maakt daar dus veel minder kans om een job te vinden dan iemand die voor gepleegde feiten in de gevangenis zat. Waarom? Dat laat zich raden: omwille van het stereotype dat psychiatrische patiënten inefficiënt zijn op het werk, maar vooral onvoorspelbaar en gevaarlijk als persoon.

Vaker slachtoffer dan dader

De veronderstelling dat alle psychiatrische patiënten gevaarlijk zijn, is een veralgemening en dus per definitie een denkfout. De Germanwings piloot, de dolle terreinwagenchauffeur in Graz en Frank Van Den Bleeken ten spijt. Psychiatrische patiënten zijn veel vaker slachtoffer dan dader van misdaden. Alleen horen we die verhalen niet in de pers, wegens weinig spectaculair en weinig mediageniek. Een meer evenwichtige berichtgeving hierover zou eerlijker zijn en de maatschappij een evenwichtiger beeld bieden van alle justitiële aspecten gelinkt aan psychiatrie. Er zijn gevaarlijke psychiatrische patiënten, dat is duidelijk, maar die verdienen net als alle anderen een zorgvuldige bejegening en behandeling. In grosso modo drie situaties spelen gevaarscriteria een rol bij het bepalen van de zorgvoorwaarden.

Als eerste zijn er de patiënten met een psychiatrische stoornis waarbij als gevolg van de mentale stoornis een gevaar ontstaat; hetzij voor zichzelf hetzij voor derden. Bijkomende moeilijkheid: mensen laten zich niet vrijwillig (op een aangepast veilige manier) behandelen. In dergelijke situaties kunnen een arts en het openbaar ministerie oordelen dat er geen andere behandelmogelijkheid bestaat dan gedwongen opname, 'collocatie' in het oude jargon. Patiënten worden dan verplicht opgenomen in het reguliere psychiatrische circuit, met name een psychiatrisch ziekenhuis met een gesloten dienst.

Een tweede groep vormen de geïnterneerden. Deze patiënten werden na een delict vanuit justitie aangemeld voor psychiatrische evaluatie, waarna men een geestesstoornis op het moment van de feiten vaststelt. Die geestesstoornis houdt het risico in dat het misdrijf opnieuw kan plaatsvinden. Wanneer men ontoerekeningsvatbaarheid vaststelt, kan men ter bescherming van de maatschappij overgaan tot internering als juridische veiligheidsmaatregel.. In België kennen we geen duidelijk omschreven criteria om tot internering te besluiten. Geïnterneerde patiënten kunnen worden behandeld in gespecialiseerde forensische behandelinstellingen. Vaak kunnen ze in het reguliere psychiatrische behandelcircuit terecht, als ze al ergens goed gekend zijn, of als het juridische statuut wordt gestart op het moment dat ze al in behandeling zijn. Het gebeurt helaas ook dat geïnterneerden jarenlang in de gevangenis verblijven. Omdat er geen behandelaanbod is, of omdat ze zelf geen behandeling willen.

De laatste groep zijn de gedetineerden met psychische problemen, waarbij het delict los staat van de aandoening. De detentie heeft dan niets met de psychiatrische ziekte te maken, maar dat betekent natuurlijk niet dat er geen zorg nodig is.

Toeval bepaalt zorg

Vrijwillige patiënt? Patiënt binnen een gedwongen statuut? Geïnterneerde? Na een crisis waarin gevaar dreigde, zijn voor een psychiatrisch patiënt verschillende situaties en behandelrichtingen mogelijk. Waar hij/zij uiteindelijk belandt, hangt af van een hele reeks factoren. Jammer genoeg blijken een heel aantal van deze factoren toevallig van aard. Je kan deze factoren ook niet altijd linken aan de ernst en het gevaar van de psychiatrische aandoening. De politiepatrouille van dienst op het moment van de crisis, de geraadpleegde procureur, de beschikbaarheid van een psychiater op spoedgevallendienst, de jurisprudentie in het arrondissement van een vrederechter met betrekking tot gedwongen opname, juridische pleidooien in de rechtbank, welke psychiater men ter plaatse vraagt, het reeds aanwezige professionele zorgnetwerk, de al dan niet gedocumenteerde voorgeschiedenis, de advocaat, de geneesheer-expert die wordt aangesteld, familieleden en andere steunende omgevingsfactoren. Niet alle psychiatrische patiënten doorlopen hetzelfde traject, krijgen dezelfde kansen, of worden even correct bejegend. En dat is problematisch. Te veel factoren zijn arbitrair, niet gebaseerd op evidence en dus ongeschikt als criterium voor zorg.

Het juridische statuut geeft richting aan het type zorg en de plaats van behandeling voor deze psychiatrische patiënt. In de reguliere psychiatrische zorg legt men vooral nadruk op de behandeling van de onderliggende pathologie, zo wil men klinisch en persoonlijk herstel realiseren en snelle maatschappelijke re-integratie mogelijk maken. Bij een forensische behandeling staan de risicofactoren centraal die een rol spelen in grensoverschrijdend gedrag of mogelijke recidive van het delict. Vaak wordt er noodzakelijkerwijs voor gekozen om de behandeling van forensische patiënten te faseren. Zo kan men meer tijd investeren in hun behandelproces, en hun herinschakeling in de maatschappij langzamer laten verlopen, met minimale kans op herval als doel. Dat betekent echter dat de doorstroom trager verloopt, en dat het aantal patiënten dat in zorg kan komen, beperkt wordt. De vraag welke specifieke zorg die patiënt nodig heeft,met of zonder opvolging van de risico-taxatie, welke mate van beveiliging, welke vorm van begeleiding na de opname, stelt men eigenlijk onvoldoende. Justitie draagt de verantwoordelijkheid voor psychiatrische zorg binnen gevangenissen. We weten dat de kwaliteit en de kwantiteit hiervan ruim onvoldoende zijn, wat een aandachtspunt is op vlak van mensenrechten.

Zorgnoden zorgvuldig omschrijven

Zorgvuldig omschrijven van de zorgnoden voor elke patiënt: daar ligt ongetwijfeld de toekomst. En in de garantie dat iedere patiënt de behandeling krijgt waar hij recht op heeft. Waar de patiënt verblijft, en welk juridisch statuut hij heeft, zou geen enkele invloed mogen uitoefenen op de aard van de behandeling die hij krijgt. Welke gespecialiseerde zorg je vandaag krijgt, hangt af van je toevallige behandelcontext. Dat is vandaag de problematische realiteit. Forensische zorg vereist extra expertise. Niet alleen op inhoudelijk vlak zoals risicotaxatie en gespecialiseerde therapie, maar ook, en vooral, op het vlak van uitbouw van zorgnetwerken, omschrijven van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende zorginstanties. Tot slot hebben we nood aan intensieve samenwerking met justitie, en een zorgvuldige bewaking van de beeldvorming van een groep patiënten die maatschappelijk tot de meest kwetsbaren behoren. Dat zal de forensische patiënt alleen maar ten goede komen. En dan alleen dat stigma nog.

zie ook www.artsenkrant.com/uw-opinie

Dr. Kirsten Catthoor namens de VVP

(dit opiniestuk verscheen op 3 juli in de Artsenkrant)

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be